Naar de inhoud
OnlineRijles.nl

Kijkgedrag oefenen

Kijkgedrag oefenen: de vaste kijkroutine waar de examinator op let

Kijkgedrag is de meest genoteerde reden om te zakken voor het praktijkexamen. Wat de examinator onder kijkgedrag verstaat, de vaste volgorde bij elke manoeuvre, de fout die bijna iedereen maakt en hoe je de routine thuis in je systeem krijgt.

4 min lezen · bijgewerkt

Vraag examinatoren waar kandidaten op zakken, en het antwoord is bijna altijd hetzelfde: kijken. In een analyse van CBR-examendata over 2023 was kijkgedrag bij kruispunten de meest genoteerde onvoldoende, gevolgd door kijkgedrag bij inhalen en zijdelings verplaatsen, en bij in- en uitvoegen. Het is ook het onderdeel dat het minst met talent te maken heeft. Kijkgedrag is een gewoonte, en gewoontes zijn te oefenen.

Wat de examinator onder kijkgedrag verstaat

Het gaat niet om één blik, maar om een routine die je overal toepast:

  • Doorlopend: ver vooruitkijken, je ogen laten rondgaan, en elke vijf à tien seconden een blik in de binnenspiegel.
  • Bij het naderen van een kruispunt: de zijwegen inkijken, in de goede volgorde, en vlak vóór het oversteken nog één keer naar de kant waar het gevaar vandaan komt.
  • Vóór elke manoeuvre: de complete kijkset, en pas daarna richting aangeven.
  • Vóór het remmen: binnenspiegel, zodat wie achter je rijdt de kans krijgt mee te remmen.

De examinator noteert kijkgedrag apart bij kruispunten, bij zijdelings verplaatsen (afslaan, strook wisselen, inhalen) en bij in- en uitvoegen. Eén vergeten spiegel is zelden fataal; een patroon wel.

Oefen dit thuisDe basis: ver vooruit, ogen laten rondgaan, elke vijf à tien seconden je binnenspiegel, en een oversteek die je van honderd meter ziet aankomen. Les: Scannen en vooruitkijken →

De kijkset: één volgorde voor alles

Bij elke zijdelingse beweging is de volgorde dezelfde, en dat is het fijne eraan. Rechts afslaan, links afslaan, van strook wisselen, invoegen, inhalen, wegrijden van de kant: het is steeds:

  1. Vooruit. Wat gebeurt er vóór je terwijl je straks even niet vooruit kijkt?
  2. Binnenspiegel. Wat rijdt er achter je, en hoe hard?
  3. Buitenspiegel aan de kant waar je heen gaat.
  4. Schouder aan diezelfde kant, voor de dode hoek.
  5. Dan pas aangeven. Eerst weten of het kan, dan zeggen dat je gaat.

Die laatste stap is de fout die bijna iedereen maakt: aangeven en dan kijken. Wie eerst aangeeft, zegt tegen de auto naast hem dat hij eraan komt, en stuurt hem daarmee de berm in. Op het examen ziet de examinator het verschil meteen.

Oefen dit thuisBinnenspiegel, rechterbuitenspiegel, rechterschouder, dán aangeven. Met een fietser in de dode hoek die je alleen met de schouderblik ziet. Les: Rechts afslaan →

De vier plekken waar het misgaat

1. Kruispunten

Hier vallen de meeste onvoldoendes. Op een gelijkwaardig kruispunt kijk je rechts, vooruit, links, en vlak vóór het oversteken nog één keer rechts. Bij haaientanden en een stopbord links, rechts, links. En op een voorrangsweg kijk je élke zijweg in, ook al hoef je niet te remmen: staat die auto echt stil? Bij verkeerslichten geldt: groen is geen garantie. Kijk het kruispunt in vóór je oprijdt.

Oefen dit thuisGroen is geen garantie: kijk het kruispunt in vóór je oprijdt. Hier rijdt iemand door rood. Les: Verkeerslichten →

2. Rechts afslaan met een fietser naast je

De fietser die rechtdoor gaat zit precies in je dode hoek. Alleen de schouderblik ziet hem, en je doet die twee keer: bij de kijkset, en vlak vóór de bocht nog een keer.

3. Strook wisselen en invoegen

Op de snelweg is de dode hoek net zo groot, en wat erin rijdt gaat harder. De volgorde is dezelfde als in de stad; het enige verschil is dat je hem sneller moet doen.

Oefen dit thuisDezelfde kijkset op de snelweg: vooruit, binnenspiegel, buitenspiegel, schouder, en pas dan je knipperlicht. Les: Van rijstrook wisselen →

4. Wegrijden vanaf de kant

Het gevaarlijkste moment van een stopopdracht is niet het stoppen maar het wegrijden. Binnenspiegel, linkerbuitenspiegel, linkerschouder, en dan pas links aangeven. Daar komt de fietser vandaan die in geen enkele spiegel zit.

Oefen dit thuisWegrijden vanaf de kant: de fietser die in geen enkele spiegel zit, en alleen over je linkerschouder te zien is. Les: Stopopdracht: veilig stoppen en wegrijden →

Zo krijg je de routine erin

  1. Zeg hem hardop. "Spiegel, spiegel, schouder, aangeven." Wat je uitspreekt, doe je. Veel instructeurs raden dit op het examen zelf ook aan.
  2. Oefen als bijrijder. Doe de kijkset mee terwijl iemand anders rijdt, bij elke afslag en elk kruispunt. Het kost niets en het went je hoofd aan de beweging.
  3. Herhaal tot het saai wordt. Een gewoonte ontstaat niet bij de derde keer maar bij de dertigste. In de auto is dat onbetaalbaar; thuis is het een kwartier.
  4. Laat je erop beoordelen. Je merkt zelf niet wat je overslaat. In de simulator eindigt elke les met een beoordeling per punt: "gekeken in de goede volgorde", "tweede schouderblik vlak vóór de bocht", "binnenspiegel vóór het remmen". Dat is dezelfde bril als die van de examinator, maar dan thuis en zonder gevolgen.

Kijken is de helft van het examen

Wie de kijkroutine als gewoonte heeft, heeft het grootste struikelblok van het praktijkexamen weggenomen. Wat overblijft, voorrang en snelheid, hangt er direct mee samen: wie op tijd kijkt, ziet het kruispunt op tijd, en heeft tijd om te beslissen. Lees verder in hoe slaag ik voor het CBR-praktijkexamen en verkeersinzicht oefenen.

Veelgestelde vragen

Hoe vaak moet je in je binnenspiegel kijken?

Als vuistregel elke vijf à tien seconden, en altijd vóór je remt, vóór je afslaat en na een kruispunt. Het doel is dat je op elk moment weet wat er achter je rijdt, zodat remmen of een manoeuvre nooit een verrassing is voor het verkeer achter je.

Wat is de juiste kijkvolgorde bij afslaan?

Binnenspiegel, de buitenspiegel aan de kant waar je heen gaat, over je schouder aan diezelfde kant, en pas daarna richting aangeven. Vlak vóór de bocht nog één keer over je schouder. Bij links afslaan komt daar het inschatten van tegenliggers bij.

Waarom moet je over je schouder kijken als je spiegels goed staan?

Omdat er naast elke auto een dode hoek zit die geen enkele spiegel dekt, ook niet als ze goed staan. Precies daar rijdt de fietser bij rechts afslaan, en de auto bij het wisselen van rijstrook op de snelweg.

Ziet de examinator of ik kijk?

Ja. De examinator let op je hoofd en je ogen bij elke manoeuvre, en noteert het onderdeel kijkgedrag bij kruispunten, bij zijdelings verplaatsen en bij in- en uitvoegen apart. Overdreven groot kijken hoeft niet, maar een duidelijke beweging van je hoofd helpt wel.

Oefen dit in de simulator

Rijles oefenen zonder auto

34 lessen in een Nederlandse rijlessimulator, 30 dagen lang, zo vaak als je wilt, voor € 25,00. Geen abonnement.

Bestel nu voor € 25,00