Hoe een les werkt
Elke les volgt dezelfde vier fasen, dezelfde volgorde die een goede rijinstructeur ook aanhoudt. Je krijgt het uitgelegd, je ziet het voorgedaan, je doet het zelf, en daarna bespreken we het na.
Uitleg
Je begint met een korte introkaart: drie tot vijf zinnen over wat je gaat leren en waar het op aankomt. Geen theorieboek, wel precies genoeg om te weten waar je op moet letten.

Demo: de auto rijdt zichzelf
De simulator rijdt de situatie voor terwijl de instructeur meepraat. Op het beslismoment staat het beeld stil en draait je blik naar de spiegel waar je hóórt te kijken. Je klikt zelf op “verder”, dus je hebt alle tijd om het te laten bezinken.

Praktijk: nu jij
Je rijdt de situatie zelf. Ondertussen wordt alles gemeten: je snelheid, je plaats op de weg, je volgafstand, je passeerafstand, en of je echt in je spiegels en over je schouder gekeken hebt. De simulator kent de echte spiegelhoeken van de auto, dus “ik keek wel even” telt alleen als je er ook echt in keek.

Resultaat: de nabespreking
Je krijgt sterren en per punt een zin in gewoon Nederlands. Niet “fout”, maar “je hebt niet over je rechterschouder gekeken vóór het afslaan”. Over alle lessen samen zijn dat 221 beoordelingspunten. Je beste resultaat blijft bewaard, dus je ziet dat het beter gaat.
