Naar de inhoud
OnlineRijles.nl

Voorrang en kruispunten oefenen

Voorrang en kruispunten oefenen: de zes kruispunten die je moet herkennen en wat je bij elk doet

Voorrang is niet moeilijk, maar je moet het op tijd zien. De zes soorten kruispunten uit de rijles, hoe je ze herkent, wat je bij elk doet en hoe je ze thuis oefent.

4 min lezen · bijgewerkt

Voorrang is een van de eerste dingen die je in de rijles leert, en toch is het een van de vaakst genoemde redenen om te zakken. Niet omdat de regels moeilijk zijn, maar omdat je ze op tijd moet zien. Een kruispunt herken je aan wat er staat, en vaak juist aan wat er niet staat. Hieronder de zes situaties uit de rijles, wat je bij elk doet, en hoe je ze thuis oefent.

1. Het gelijkwaardige kruispunt: rechts gaat voor

Herkennen: geen borden, geen haaientanden, geen stopstreep. Meestal in een woonwijk, vaak op klinkers.
Doen: bestuurders van rechts gaan voor, ook als jouw straat de belangrijkste lijkt. Kijk in de volgorde rechts, vooruit, links, en vlak vóór het oversteken nog één keer rechts. Je snelheid hangt af van je zicht: kun je de zijstraat ver inkijken, dan mag je vlot door; zie je weinig, dan terug naar 25 of langzamer.

Oefen dit thuisEen woonstraat van klinkers zonder borden. Kijk rechts, vooruit, links, en vlak vóór het oversteken nog één keer rechts. Les: Gelijkwaardig kruispunt →

2. Haaientanden: kruisend verkeer gaat voor

Herkennen: bord B6 (de omgekeerde driehoek) en witte tanden op het wegdek.
Doen: verleen voorrang aan ál het verkeer op de kruisende weg. Nader rustig, rond de 25 km/h, zodat je kunt stoppen én kunt doorrijden als het vrij is. Is het vrij, dan hoef je niet te stoppen. Komt er iemand aan, dan sta je stil vóór de tanden, niet erop. En kies een groter gat dan je denkt: een auto op een 50-weg legt elke seconde veertien meter af, en jij moet nog optrekken.

Oefen dit thuisBord B6 en tanden op het wegdek. Rustig naderen, links-rechts-links kijken, en een gat kiezen dat groot genoeg is om nog op te trekken. Les: Voorrang verlenen met haaientanden →

3. Het stopbord: altijd stilstaan

Herkennen: het enige achthoekige bord van Nederland, rood met STOP, en een witte stopstreep.
Doen: alle wielen tot stilstand vóór de streep, ook als je van verre al ziet dat er niemand aankomt. Langzaam doorrollen telt niet, en de examinator ziet het. Daarna geldt hetzelfde als bij haaientanden. Het verschil zit in het stoppen, niet in de voorrang.

Oefen dit thuisHet achthoekige bord: alle wielen stil vóór de streep, ook als je niemand ziet. Dan pas kijken en vlot oversteken. Les: Stopbord →

4. De uitritconstructie: jij laat álles voorgaan

Herkennen: de stoep loopt verhoogd door over de uitrit, en er staan geen borden en liggen geen tanden. Dit is geen kruispunt.
Doen: stapvoets naar buiten, stoppen met je neus vóór de doorlopende stoep, en kijken: links, rechts, en nog eens links. Auto’s, fietsers én voetgangers op de stoep gaan allemaal voor. Dit is een bijzondere manoeuvre: je verleent geen voorrang, je laat voorgaan, en dat geldt voor iedereen.

Oefen dit thuisDe stoep loopt door. Stapvoets naar de mond, stoppen vóór de stoep, en fietsers én voetgangers voor laten gaan. Les: Uitritconstructie →

5. De voorrangsweg: wel kijken, niet remmen

Herkennen: bord B1, de gele ruit. Verkeer uit de zijwegen heeft haaientanden.
Doen: je snelheid aanhouden. Onnodig afremmen verwart het verkeer achter je en kost op het examen punten. Maar stoppen met kijken doe je niet: scan elke zijweg. Staat die auto echt stil, kijkt de bestuurder jouw kant op? Zie je iemand die niet lijkt te stoppen, dan gaat je voet van het gas, klaar om te remmen, maar pas als het echt nodig is.

6. Links afslaan: tegenliggers gaan voor

Herkennen: elke keer dat je linksaf gaat en er verkeer van voren komt.
Doen: de complete kijkset (binnenspiegel, linkerbuitenspiegel, linkerschouder), dan pas aangeven. Sta je te wachten, houd dan je wielen recht vooruit: word je van achteren aangetikt met de wielen al schuin, dan schuif je zo de kruisweg op. Schat de snelheid van het tegemoetkomende verkeer ruim in en twijfel je, laat het gat dan lopen. Half in de kruising stilstaan is veel erger dan tien seconden langer wachten.

Oefen dit thuisVan een afrit linksaf over een 80-weg: gat inschatten, wielen recht houden, en bij twijfel het gat laten lopen. Les: Links afslaan met tegenliggers →

Het overzicht

SituatieHerken je aanWie gaat voorStoppen?
Gelijkwaardig kruispuntNiets: geen borden, geen tandenRechtsAlleen als er iemand van rechts komt
HaaientandenBord B6 + tandenKruisende wegAlleen als het niet vrij is
StopbordAchthoekig bord + stopstreepKruisende wegAltijd, volledig
UitritconstructieDoorlopende verhoogde stoepIedereen, ook voetgangersVóór de stoep
VoorrangswegBord B1, gele ruitJijNee, wel kijken
Links afslaanTegenliggersTegenliggers en rechtdoorgaand verkeerAls het gat te klein is

Waarom dit thuis oefenen zin heeft

De regels ken je na dit artikel. Wat je nog niet hebt, is de snelheid waarmee je een kruispunt herkent terwijl je eraan komt en ook nog moet schakelen. Die snelheid komt met herhaling, en in de auto komt elk soort kruispunt maar een paar keer per les voorbij. In de simulator rijd je elk van deze zes situaties zo vaak als je wilt, en na afloop hoor je per punt wat er goed ging: "gestopt vóór de haaientanden", "late blik naar rechts", "niet onnodig afgeremd". Wie de zes hier een paar keer heeft gedaan, hoeft er in de auto niet meer over na te denken. Ook de rotonde is een voorrangssituatie: lees rotonde oefenen.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen haaientanden en een stopbord?

Bij allebei verleen je voorrang aan al het verkeer op de kruisende weg. Het verschil zit in het stoppen: bij haaientanden mag je doorrijden als het vrij is, bij een stopbord moet je altijd volledig stilstaan vóór de stopstreep, ook als er niemand aankomt.

Wie heeft voorrang bij een uitritconstructie?

Iedereen, behalve jij. Wie een uitrit verlaat, laat al het andere verkeer voorgaan: auto’s, fietsers én voetgangers op de doorlopende stoep. Je herkent de uitrit aan de verhoogde, doorlopende stoep en aan het ontbreken van haaientanden en borden.

Moet ik op een voorrangsweg afremmen bij een zijweg?

Nee. Onnodig afremmen op een voorrangsweg verwart het verkeer achter je en kost op het examen punten. Wel kijk je elke zijweg in: staat die auto echt stil? Zie je iemand die niet lijkt te stoppen, dan haal je je voet van het gas en dek je je in.

Wat is het verschil tussen voorrang verlenen en voor laten gaan?

Voorrang gaat over kruisend verkeer op een kruispunt en staat in de borden en de tanden. Voor laten gaan geldt bij bijzondere manoeuvres: wegrijden, van strook wisselen, achteruitrijden, een uitrit verlaten. Dan laat jij al het andere verkeer voorgaan, ongeacht van welke kant het komt.

Oefen dit in de simulator

Rijles oefenen zonder auto

34 lessen in een Nederlandse rijlessimulator, 30 dagen lang, zo vaak als je wilt, voor € 25,00. Geen abonnement.

Bestel nu voor € 25,00