Les A5 · Kijken, ruimte en plaats op de weg
Plaats op de weg: bochten
Een bocht naar rechts en een naar links, met tegenliggers.
- Duur
- 3 min
- Beoordeeld op
- 5 punten
- Tegenspelers
- 2
Wat je in deze les leert
Neem een bocht in één beweging: insturen, vasthouden, uitdraaien. Halverwege corrigeren betekent dat je te snel of te laat begonnen bent.
De snelheid gaat eraf vóór de bocht, niet erin. Remmen en sturen tegelijk maakt de auto onrustig.
In een bocht naar rechts stuur je niet te ruim in: kom je te ver naar buiten, dan sta je met je neus op de weghelft van de tegenligger.
In een bocht naar links snijd je niet af, om precies dezelfde reden — en daar zie je die tegenligger pas als je al in de bocht zit.
Kijk naar waar je heen wilt, door de bocht heen. Kijk je naar de stoeprand, dan stuur je er ook naartoe.
Je opdracht
“Neem beide bochten in één vloeiende beweging en blijf rechts van het midden”
Waarop je beoordeeld wordt
Na afloop krijg je per punt te horen hoe het ging: niet “fout”, maar wat er precies anders moest.
- Vóór de bocht afgeremd
- Rechterbocht niet te ruim genomen
- Tussen de bochten in de spiegel gekeken
- Linkerbocht niet afgesneden
- Binnen de dertigzone gebleven
De regel
Ook in een bocht geldt artikel 3 RVV: rechts houden. In een bocht naar links betekent dat: niet afsnijden, want een tegenligger kan achter de bocht zitten. In een bocht naar rechts: niet uitwijken naar het midden, want daar rijdt hij ook. Artikel 19 bepaalt je snelheid: je moet kunnen stoppen binnen wat je ziet, en in een bocht zie je minder ver.
De fout die bijna iedereen maakt
De bocht in met dezelfde snelheid als het rechte stuk, en dan halverwege remmen. Remmen in een bocht verplaatst het gewicht naar voren en maakt de achterkant licht. Rem vóór de bocht, houd in de bocht je gas constant, en geef pas gas als je het einde ziet. De tweede fout is in de bocht naar de binnenkant kijken in plaats van naar de uitgang; de auto gaat waar je ogen gaan.
Wat de examinator ziet
De examinator let op je snelheid vóór de bocht, op je lijn (niet afsnijden, niet uitwijken) en op wat je doet als er een tegenligger komt. Een tegenligger die moet uitwijken omdat jij op het midden zit, is een ernstige fout. Ook kijkt hij of je in de bocht nog vooruitkijkt: naar de uitgang, niet naar de berm.
Zo oefen je plaats op de weg: bochten thuis
In de simulator rijd je precies deze situatie zo vaak als je wilt: eerst een korte uitleg, dan een demo die stilstaat op het beslismoment, dan zelf rijden, en na afloop per punt te horen wat er goed ging en wat niet. In een echte rijles komt deze situatie maar een paar keer per uur voorbij, terwijl je ook nog bezig bent met koppeling, gas en stuur.
Verwante lessen: Kijken, ruimte en plaats op de weg
- Scannen en vooruitkijken Kijk ver vooruit, scan links en rechts, en houd je spiegel bij.
- Volgafstand Twee seconden achter je voorligger, op een tachtigweg.
- Op tijd afremmen Op een tachtigweg naar stilstand bij een stopbord — vroeg beginnen, zacht eindigen.
- Plaats op de weg: rechte stukken Eén rustige lijn door een dertigzone met auto’s aan beide kanten.
Deze les oefenen?
Hij zit bij de 34 lessen die je krijgt voor € 25,00, 30 dagen lang, zo vaak als je wilt.
Bestel nu voor € 25,00